Wat kost een nieuwe badkamer in 2026?
Kort antwoord: een complete badkamer van een kleine zes vierkante meter kost in 2026 tussen de € 8.500 en € 16.000, inclusief sloopwerk, tegels, sanitair, installatie en afwerking. Dat is een ruime marge, en die marge is eigenlijk waar dit hele stuk over gaat.
Waar gaat het geld heen?
Bij een badkamer van rond de € 12.000 ziet de verdeling er ongeveer zo uit. Ongeveer 45 procent is arbeid: slopen, leidingwerk, tegelzetten, installeren en afwerken. Tegels zijn zo'n 15 procent inclusief lijm, voeg en snijverlies, waarbij je op tien procent extra vierkante meters moet rekenen en op flink meer als je visgraat of grootformaat wilt. Het sanitair zelf, dus de douche, het toilet, de wastafel, de kranen en het meubel, is samen ongeveer een vijfde. Wat er achter de wand verdwijnt aan vloerverwarming, elektra, ventilatie en inbouwreservoirs is nog eens 15 procent, en de laatste paar procent gaat op aan containerhuur, kit, profielen en bevestigingsmateriaal.
Wat daarbij opvalt: het zichtbare deel, dus de tegels en het sanitair waar je maandenlang over ligt te twijfelen, is samen ongeveer een derde van de rekening. De rest is werk en techniek die je nooit meer terugziet.
Wat de prijs echt beweegt
Verreweg de grootste kostenpost die mensen niet zien aankomen, is de vraag of er iets van zijn plek gaat. Blijven het toilet, de douche en de wastafel staan waar ze staan, dan hoeft er aan de afvoer bijna niets te gebeuren. Wil je het toilet een meter opschuiven, dan moet daar een nieuwe afvoer heen met voldoende afschot, en dat betekent in de meeste woningen hakwerk in de vloer. Reken op ergens tussen de € 800 en € 2.000 zodra er serieus met afvoeren geschoven wordt.
Daarna komt het tegelformaat. Een tegel van 30 bij 60 legt nu eenmaal sneller dan een plaat van 120 bij 280, die een vlakkere ondergrond vraagt, met twee man getild moet worden en ander snijgereedschap nodig heeft. In legkosten kan dat 25 euro per vierkante meter schelen. Daar staat tegenover dat je minder voegen hebt, dus minder schoonmaakwerk en een rustiger beeld, dus het is een afweging en geen fout.
Vloerverwarming kost voor een gemiddelde badkamer zo'n € 700 tot € 1.200 inclusief thermostaat en een aparte groep. Van de mensen die het hebben laten aanleggen, hebben wij er nog nooit één horen zeggen dat het weggegooid geld was.
En dan is er de post waarop offertes echt uit elkaar gaan lopen: de staat van wat er onder zit. In woningen van voor 1980 komen we regelmatig vochtige ondergronden tegen, gescheurde cementdekvloeren, of loden leidingen die niemand had verwacht. Dat is geen tegenvaller die de aannemer u aandoet, het zat er al. Maar het kost wel geld, dus vraag altijd hoe een bedrijf met dat soort verrassingen omgaat. Bij ons is het antwoord dat we stoppen, het u laten zien, en pas verdergaan als u akkoord bent.
Vier prijsniveaus
Tot ongeveer € 6.500 zit je in de compacte hoek: tot vier vierkante meter, standaard sanitair, tegels tot 30 bij 60, geen vloerverwarming, en alles blijft staan waar het stond. Prima voor een gastenbadkamer of een appartement dat je verhuurt.
Tussen de € 8.500 en € 12.000 landt ongeveer de helft van onze klanten. Vier tot acht vierkante meter, vrije keuze uit de showroom, vloerverwarming, een nis in de douchewand en een meubel op maat.
Tussen de € 15.000 en € 22.000 wordt het ruimer en technischer: grootformaat tegels of natuursteen, een vrijstaand bad naast de inloopdouche, een designradiator en aangepaste elektra.
Daarboven praat je over maatwerk, en dan gaat het meestal ook niet meer alleen over de badkamer maar over de indeling van de hele verdieping.
Hoe herken je een goede offerte?
Een goede offerte is uitgesplitst. U moet eruit kunnen halen wat het sloopwerk kost, wat het tegelwerk per vierkante meter kost, wat elk sanitairstuk kost en wat de installatie en afwerking kosten.
Wees voorzichtig met een offerte die uit één regel bestaat. Niet omdat die per se te duur is, maar omdat u bij meerwerk geen enkel houvast heeft om te beoordelen of de bijtelling redelijk is.
Kijk vooral ook naar wat er níet in staat. De posten die het vaakst ontbreken zijn de afvoer van puin en de containerhuur, een tijdelijk toilet, aanpassingen in de meterkast voor een extra groep, de afwerking rond een inbouwreservoir, en het opnieuw aansluiten van de wasmachine.
Kun je besparen zonder er spijt van te krijgen?
Op drie plekken wel. De goedkoopste keuze die er bestaat is de indeling laten zoals hij is. Daarna: kies één blikvanger. Een mooie tegel op één wand met iets rustigs op de rest oogt vaak beter dan overal duur materiaal, en het scheelt honderden euro's. En je kunt prima wachten met wellness, mits je nu de leiding en de elektra alvast laat aanleggen. Dat kost een paar tientjes extra en bespaart je later een hakklus.
Waar je niet op moet besparen: de waterdichte laag achter de tegels, het afschot naar het putje en de ventilatie. Dat zijn toevallig de drie dingen die je niet ziet, en die je over vijf jaar de hele badkamer kosten als ze niet kloppen.
En hoe lang duurt het?
Een gemiddelde badkamer staat er in acht tot twaalf werkdagen, mits één partij het hele traject doet. Werk je met losse vaklieden, dan lopen er wachtdagen tussen, want de tegelzetter kan pas beginnen als de loodgieter klaar is en die zit die week al bij iemand anders.
Reken erop dat u een deel van die periode ergens anders doucht. Een tijdelijk toilet regelen we standaard.
Wilt u weten waar uw badkamer in dit verhaal landt? Kom langs of vraag een 3D-ontwerp aan. Daar komt een vaste prijs uit en geen bandbreedte.
